Mijn stelling is dat e-learning een leerstijl is die je moet ontwikkelen en dat het succes van e-learning zal worden bepaald door de mate waarin leerlingen in het reguliere onderwijs (de fase waarin leerstijlen worden ontwikkeld) de kans krijgen om deze leerstijl te ontwikkelen. Tot die tijd zullen bovenstaande initiatieven slechts moeizaam van de grond komen, omdat ze niet aansluiten bij de leerstijl en vaardigheden van de doelgroep. De kenmerken van deze e-leerstijl komen voort uit de specifieke eigenschappen van een geïntegreerd teleleerplatform.
Ten eerste is leren via de computer een zeer individualistische vorm van leren die hoge eisen stelt aan de concentratie en (zelf-) motivatie van de leerling. De veelvuldig aangehaalde voordelen van flexibiliteit (anytime, anywhere) en persoonlijk maatwerk (just-enough) geven de leerling tevens de ruimte om nooit, nergens en te weinig te leren. Veel traditionele opleidingen worden succesvol afgerond door het motiverende (of dwingende) karakter van het klassikale onderwijs, waarin de tijd, plaats, en hoeveelheid door anderen wordt aangegeven. De vrijheid van het nieuwe medium vereist meer dan in het traditionele onderwijs het vermogen om je ondanks alle verleidingen thuis toch aan het leren te zetten.
Ten tweede wordt leren steeds meer informatieverwerken. Gebruik van de grootste informatiebron ter wereld is een groot voordeel, maar stelt ook bepaalde eisen aan de gebruiker. Analoog aan de kenniswerker wordt de moderne kennisleerling meer dan in het traditionele onderwijs beoordeeld op z'n vermogen om kennis te verwerken. In zekere zin is hier sprake van een grensvervaging in de rollen van docent en leerling. Niet langer is de selectie en ordening van informatie exclusief en vanzelfsprekend voorbehouden aan de docent. Dit vereist van de leerling een meer initiërende en onderzoekende houding waarbij search and find belangrijker is dan learn by heart.
Ten derde neemt in het virtuele leerproces het belang en de kracht van verbale communicatie toe. Het belang, omdat leerlingen zich niet langer kunnen verschuilen achter fysieke aanwezigheid, want virtuele aanwezigheid is gelijk aan actief participeren. De kracht van de verbale communicatie neemt toe, omdat communicatie via de computer niet wordt aangevuld met, of gecompenseerd door, non-verbale signalen. Iedereen kent de voorbeelden van vastgelopen elektronische discussies (in discussiegroepen of via mail), waarbij het meestal niet meer gaat over de inhoud, maar vooral om de manier waarop. Anderzijds zijn het juist deze discussies die de meeste interesse wekken en waar de meeste personen in participeren. Effectieve virtuele communicatie is uitdagend en tactvol tegelijk.
In veel e-learning initiatieven lijkt het alsof de ontwerpers alleen oog hebben voor de vele nieuwe mogelijkheden, zonder na te denken over de eisen die het medium stelt aan z'n gebruikers. Hierbij moet niet gedacht worden aan de omvang van het geheugen van de PC of het hebben van een browser, maar aan de houding en vaardigheden van de leerling. Mijns inziens sluit het aanbod onvoldoende aan bij de leerstijl van de doelgroep, waardoor het twijfelachtig is of de hooggespannen verwachtingen op korte termijn kunnen worden waargemaakt. Alleen wanneer op grote schaal geïnvesteerd wordt in e-learning initiatieven in het reguliere onderwijs, ontstaat voldoende massa voor een grootschalige doorbraak van e-learning.
Christiaan Stam is initiator van Intellectual Capital Services en Programma Manager van de Masterclass Kennismanagement, een samenwerking tussen CIBIT en de Baak, stam@intellectualcapital.nl.
© 2001, Intellectual Capital Services